Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2001
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 27 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4434.
De door de steller van het middel aangehaalde passages - door het Hof niet voor het bewijs gebruikt - duiden geenszins op het ontbreken van voorwaardelijk opzet aan de zijde van verzoeker. Verzoeker spreekt enerzijds over de verwachting dat het niet zou lukken, maar anderzijds heeft hij [betrokkene A] voorgesteld met [betrokkene A's] grootmoeder nog te bespreken of zij wel echt dood wilde. Met name uit het laatste kan worden afgeleid dat verzoeker het doel van [betrokkene A] helder voor ogen had. 's Hofs overwegingen zijn derhalve ook tegen de achtergrond van door verzoeker afgelegde verklaringen niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0a2f3f9f3b6156d3d9b9680b9ee7df3370d25c256a394980797c988f2a05e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0a2f3f9f3b6156d3d9b9680b9ee7df3370d25c256a394980797c988f2a05e50, en de alinea staat in dat document op bytes 12635 tot 13272.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0a2f3f9f3b6156d3d9b9680b9ee7df3370d25c256a394980797c988f2a05e50 | shasum -a 256