Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2001
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 27 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4434.
13. De in het middel bedoelde passage uit de bewezenverklaring kan worden opgevat als een nadere aanduiding van het bewezenverklaarde opzettelijk gelegenheid verschaffen. Verzoeker heeft door het niet waarschuwen van het latere slachtoffer, de politie of anderen het mogelijk gemaakt dat [betrokkene A] in de gelegenheid was om [het slachtoffer] om het leven te brengen. In deze lezing van de bewezenverklaring is geenszins sprake van een vorm van medeplichtigheid die niet zou vallen binnen de grenzen van art. 48 sub 2 Sr. Anders dan door de steller van het middel lijkt te worden gesuggereerd, bestaat de medeplichtigheid aldus niet uit het niet waarschuwen van het slachtoffer, politie of anderen. De medeplichtigheid van verzoeker is daarin gelegen dat hij [betrokkene A] gelegenheid heeft gegeven tot het plegen van de moord door opzettelijk - door niet waarschuwen van de juiste mensen en instanties - [betrokkene A] niet te beletten in zijn voornemen [het slachtoffer] met een hamer om het leven te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0a2f3f9f3b6156d3d9b9680b9ee7df3370d25c256a394980797c988f2a05e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0a2f3f9f3b6156d3d9b9680b9ee7df3370d25c256a394980797c988f2a05e50, en de alinea staat in dat document op bytes 18185 tot 19213.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0a2f3f9f3b6156d3d9b9680b9ee7df3370d25c256a394980797c988f2a05e50 | shasum -a 256