Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4466.

8. Hiermee heeft het Hof vastgesteld geen geloof te hechten aan de lezing van verdachte dat hij de betreffende posten niet heeft vermeld omdat hij op grond van pleitbare fiscale stellingen meende dat dit niet hoefde. Ook al zou het verweer niet als een beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, maar als een verweer ten aanzien van het verweten opzettelijk onjuiste aangifte doen moeten worden beschouwd - en met de steller van het middel meen ik dat het verweer gezien zijn inhoud en de structuur van de pleitnota niet anders kan worden opgevat - dan nog is dit hiermee op toereikende gronden verworpen. Nu overigens ten aanzien van het opzettelijk niet vermelden van genoemde posten geen verweer is gevoerd, heeft het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden dat deze opzettelijk niet zijn vermeld en dat derhalve opzettelijk een onjuiste aangifte is gedaan. Het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d00cb0e780c3d2c59f3b70667702f4c06a4da8c7b74f95dee4cb1354df72e06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d00cb0e780c3d2c59f3b70667702f4c06a4da8c7b74f95dee4cb1354df72e06, en de alinea staat in dat document op bytes 7848 tot 8769.