Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4499.
5.2.4.6. Het hof heeft vervolgens overwogen dat [verweerster 3] zich had dienen te realiseren dat de financiële positie van [het bouwbedrijf] - i.h.b. haar liquiditeit - zodanig was dat ernstig gevreesd moest worden voor een debacle. Het hof doelt hier kennelijk op het verzoek om verhoging van de kredietlimiet. De consequenties van deze gevolgtrekking van het hof voor de keuze van de peildatum zijn hiervóór (§ 5.2.4.3. en § 5.2.4.4.) al aan de orde gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a, en de alinea staat in dat document op bytes 33243 tot 33722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a | shasum -a 256