Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4499.

5.3.2. Het bedoelde betoog komt erop neer dat als [verweerders] zich niet onrechtmatig zouden hebben gedragen, er sprake zou zijn geweest van een faillissement of surséance van betaling van [het bouwbedrijf] per 29 juni 1984. In dat geval zouden, aldus het betoog, de op dat moment bestaande vorderingen geheel of grotendeels kunnen zijn voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a, en de alinea staat in dat document op bytes 34590 tot 34951.