Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4499.

6.1.4.2. Het belangrijkste argument voor de opvatting dat in geval van faillissement aan individuele schuldeisers in beginsel de mogelijkheid moet worden ontzegd een vordering op grond van onrechtmatige daad in te stellen, is een beroep op het stelsel van de Faillissementswet. Daarin behartigt de curator de belangen van de crediteuren. Wachter stelt in zijn genoemde annotatie dat de curator optreedt namens de schuldeisers, zodat deze niet meer zelf kunnen optreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a, en de alinea staat in dat document op bytes 41196 tot 41678.