Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 302 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4499.
Het hof heeft feitelijk en niet onbegrijpelijk, aan de hand van de in roo. 4.17.1 en 4.17.2 genoemde feiten en omstandigheden, vastgesteld dat [verweerder 1] een dominante positie had, i.h.b. waar het betrof het financiële reilen en zeilen van [het bouwbedrijf]. Dat de onder F, G, H en K genoemde omstandigheden betrekking hebben op [betrokkene C] doet hier niet aan af. Onder 4.17.2, sub F heeft het hof immers vastgesteld dat [betrokkene C] in dienst was van [verweerster 3].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a, en de alinea staat in dat document op bytes 81004 tot 81497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a | shasum -a 256