Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 314 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4499.

6.4.5.2. In roo. 4.7-4.9 en 4.15 heeft het hof uiteengezet dat [verweerster 3] inzicht had in en intensieve bemoeienis had met [het bouwbedrijf] en dat [verweerster 3] onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar crediteuren door onderhanden werken te laten voltooien in plaats van in te grijpen. In roo. 4.17.1-4.17.2 heeft het daaraan toegevoegd dat [verweerder 1] een dominante positie had binnen het concern en m.b.t. het financiële reilen en zeilen van [het bouwbedrijf].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a, en de alinea staat in dat document op bytes 84896 tot 85383.