Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4499.

2.7. Op grond van de compte joint-overeenkomst was (o.m.) [het bouwbedrijf] hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van zuster- en moedermaatschappijen jegens de bank. Voorraden, inventaris en vorderingen van (o.m.) [het bouwbedrijf] op derden waren aan de bank gecedeerd. De vorderingen van moeder en dochters over en weer waren aan de bank verpand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62e3cd6e3cfce3083f6353e033ff3e18209f9df6c1227e2118596f10ce46814a, en de alinea staat in dat document op bytes 10856 tot 11224.