Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4504.
3.1 De rechtbank acht bij de beantwoording van de eerste vraag van belang dat [eiser] bij het verzoek om ontbinding aanspraak heeft gemaakt op een vergoeding waarbij hij rekening heeft gehouden met de beperkingen die het concurrentiebeding hem de komende vijf jaren zou opleggen. De kantonrechter heeft vervolgens bij het toekennen van de vergoeding ook rekening gehouden met de effecten van het concurrentiebeding. Anders dan door [eiser] in hoger beroep is gesteld, blijkt hieruit niet dat de kantonrechter geen oordeel heeft willen geven over de gelding van het beding. De kantonrechter heeft, uitgaande van de gelding van het beding, overwogen dat hij niet kon beoordelen in welke mate [verweerster] [eiser] daadwerkelijk aan het beding zou houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951, en de alinea staat in dat document op bytes 14529 tot 15294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951 | shasum -a 256