Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4504.
2.7 Waar de kantonrechter van een oordeel over het "standpunt" van [verweerster] spreekt en naar de beperkingen van de ontbindingsprocedure verwijst, lijkt hij daarmee veeleer op de juridische houdbaarheid dan op de waarschijnlijkheid van een (al dan niet onverkort) beroep op het concurrentiebeding te doelen. Naast de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke vernietiging van het beding op grond van art. 7:653 lid 2 BW (van welke vernietiging omstreden is of zij in het kader van een ontbindingsprocedure kan worden uitgesproken(7)), zou in dat verband aan de niet-toepasselijkheid van het beding op de door [eiser] aangevoerde gronden kunnen worden gedacht. Deze lezing vindt enige steun in het latere vonnis van dezelfde kantonrechter, strekkende tot schorsing van het concurrentiebeding (zie hiervóór, 1.2.g); blijkens dat vonnis achtte de kantonrechter ook in dat latere stadium de (niet-)gelding van het concurrentiebeding nog onbeslist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951, en de alinea staat in dat document op bytes 19346 tot 20310.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951 | shasum -a 256