Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4504.
2.10 Zou het aangevochten oordeel zo moeten worden opgevat dat de rechtbank in de ontbindingsbeschikking een vaststelling van de geldigheid van het concurrentiebeding heeft gelezen, dan zou [eiser] bij zijn eerste klacht overigens geen belang hebben. Zoals bij de bespreking van de tweede klacht aan de orde komt, ontzegt de rechtbank [eiser] een beroep op niet-toepasselijkheid van het concurrentiebeding, niet omdat de kantonrechter de geldigheid van dat beding zou hebben vastgesteld (en [eiser] die beslissing ook in het onderhavige geding tegen zich zou moeten laten gelden(8)), maar omdat zodanig beroep [eiser] (die zich reeds voor de effecten van het beding had laten compenseren) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet vrijstaat. Of en zo ja, in welke zin de kantonrechter over de geldigheid van het concurrentiebeding heeft beslist, is in deze benadering niet doorslaggevend: [eiser] kan zich er in de benadering van de rechtbank hoe dan ook niet op beroepen dat het beding toepassing mist. Ook om die reden kan de eerste klacht niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951, en de alinea staat in dat document op bytes 21009 tot 22100.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951 | shasum -a 256