Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4504.
2.15 [Eiser] heeft zich op het standpunt gesteld, dat een zware motivering zou passen, nu - in zijn visie - de beslissing van de rechtbank de leer van het gezag van gewijsde doorkruist (schriftelijke toelichting, punt 6.8). Dit standpunt kan niet worden aanvaard. De leer van het gezag van gewijsde, wat daar overigens van zij, wordt niet reeds doorkruist door het oordeel dat een bevoegdheid die in een eerdere procedure aan de orde was zonder dat dit tot enig gezag van gewijsde met betrekking tot die bevoegdheid heeft geleid, door rechtsverwerking wordt getroffen. Dat de toepasselijkheid van het concurrentiebeding al in een eerdere procedure aan de orde was zonder dat dit in enig gezag van gewijsde uitmondde, leidt er naar mijn opvatting niet toe dat verwerking van de bevoegdheid zich op niet-toepasselijkheid van dat beding te beroepen minder snel zou mogen worden aangenomen, of dat verzwaarde motiveringseisen voor het rechterlijk oordeel daarover zouden gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951, en de alinea staat in dat document op bytes 24990 tot 25977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951 | shasum -a 256