Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4504.

2.18 Als de rechtbank al van een juiste rechtsopvatting is uitgegaan, treft haar in elk geval het verwijt dat zij onvoldoende inzicht heeft geboden in haar gedachtegang volgens welke het beroep van [eiser] op de niet-toepasselijkheid van het concurrentiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij wreekt zich onder meer dat de rechtbank niet uitdrukkelijk aansluiting heeft gezocht bij de twee gronden die in de rechtspraak voor op eigen gedragingen terug te voeren rechtsverwerking worden onderscheiden: de rechtspraak verlangt voor het aannemen van rechtsverwerking in verband met eigen gedragingen de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de wederpartij in haar positie onredelijk zou worden benadeeld in geval de gerechtigde zijn aanspraak alsnog geldend zou maken.(11)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951, en de alinea staat in dat document op bytes 27410 tot 28404.