Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4504.

2.22 Tegenover het belang van [verweerster] dat het concurrentiebeding waarvan de effecten de door haar betaalde vergoeding mede hebben bepaald, daadwerkelijk tot gelding kan worden gebracht, staat het belang van [eiser] zich ondanks de door hem ontvangen vergoeding tegen de toepassing van een (in zijn visie) niet toepasselijk concurrentiebeding te verzetten. Bij de gegeven onzekerheid over de mate waarin de effecten van het concurrentiebeding daadwerkelijk in de vergoeding zijn verdisconteerd, valt zonder nadere motivering niet in te zien waarom het eerste belang zozeer boven het tweede belang zou prevaleren, dat een beroep van [eiser] op de niet-toepasselijkheid van het beding als (naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid) onaanvaardbaar zou moeten worden gepasseerd. Dat (althans in de feitelijke vaststellingen van de rechtbank) de ontstane situatie hierop is terug te voeren dat [eiser] een mede op de effecten van het concurrentiebeding gebaseerde vergoeding heeft "uitgelokt", komt naar mijn mening geen doorslaggevende betekenis toe. [Eiser] heeft zich ook in de ontbindingsprocedure op het standpunt gesteld dat het concurrentiebeding toepassing miste (zie 2.19 hiervoor); bij die stand van zaken had ook [verweerster] de thans ontstane problemen kunnen voorkomen, bijvoorbeeld door op een voorwaardelijke toekenning van het aan het concurrentiebeding te relateren deel van de vergoeding aan te dringen.(12)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951, en de alinea staat in dat document op bytes 31888 tot 33334.