Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4504.
2.23 Zou aan de beslissing van de rechtbank ten grondslag liggen dat het beroep van [eiser] op niet-toepasselijkheid van het concurrentiebeding als onaanvaardbaar moet worden gepasseerd, dan is het aangevochten vonnis ten slotte niet vrij van innerlijke tegenstrijdigheid. Na [eiser] zijn beroep op niet-toepasselijkheid van het concurrentiebeding te hebben ontzegd, ziet de rechtbank immers aanleiding het concurrentiebeding in territoriale omvang en duur te beperken.(13) Waarom een beroep op niet-toepasselijkheid van het concurrentiebeding in verband met de door [eiser] verkregen vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar ditzelfde niet ook geldt voor diens vordering tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het beding, is - althans zonder nadere motivering - niet begrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951, en de alinea staat in dat document op bytes 33354 tot 34196.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a80a7cd859e208ae96ae7b7a3f9dc819a012e8ace97bc608eaa024c5ada88951 | shasum -a 256