Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4508.

Het onderdeel verdedigt dat art. 2:248, lid 2, BW niet meebrengt dat een "zodanig diabolisch tegenbewijs" moet worden geleverd. Art. 2:248, lid 2, BW zou slechts meebrengen dat het in die bepaling uitgedrukte vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement moet worden ontzenuwd. Nu het hof een onjuiste maatstaf heeft aangelegd, is het niet toegekomen aan een "daarop gebaseerd oordeel", zodat het arrest in zoverre onvoldoende zou zijn gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/069e09efdb9db3fd281851ddb165a40ebeb3fcfb6e3e0ce8f6a9f2253a367bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 069e09efdb9db3fd281851ddb165a40ebeb3fcfb6e3e0ce8f6a9f2253a367bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 24049 tot 24564.