Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4573.

Vast staat dat verdachte bij het aangaan van de "Peugeot Leaseovereenkomst: 16555" als naam van de "client" de naam van zijn zoon (immers beider achternaam met de voorletters van zijn zoon) heeft opgegeven en dat verdachte die overeenkomst heeft ondertekend met een handtekening waarvan niet zijn voorletters, maar die van zijn zoon deel uitmaken. Van dit feit uitgaande heeft de raadsvrouwe van verdachte aangevoerd dat verdachte van het aan hem tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, omdat verdachte de Peugeot 306 heeft verkregen door een misdrijf, namelijk een valsheid in geschrift, gelegen in het plaatsen van een valse handtekening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02e75bbf2e1377cb43b618f4ae3b4fc4bab9a5a971b217d9814478bb80a17de2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02e75bbf2e1377cb43b618f4ae3b4fc4bab9a5a971b217d9814478bb80a17de2, en de alinea staat in dat document op bytes 5159 tot 5815.