Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4573.
Ik had mij kunnen voorstellen dat het hof had aangenomen dat het zetten van de (verkeerde) handtekening door verdachte onder het contract voor de leasemaatschappij geen causa was voor de afgifte, omdat ook als verdachte had ondertekend met de eigen handtekening tot afgifte zou zijn overgegaan. Zulks had het Gerechtshof bijvoorbeeld kunnen vaststellen aan de hand van de verklaring van [betrokkene] waaruit blijkt dat deze wist dat het contract werd ondertekend door [de vader] (p. 42 dossier en bewijsmiddel 4 in het arrest); uit de verklaring van verdachte dat hij bevoegd was voor zijn zoon zulke contracten af te sluiten (p. 46 en 48 dossier). In dat geval zou verdachte wel een valsheid in geschrift hebben gepleegd, maar zou niet dáárdoor de auto hebben meegekregen.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02e75bbf2e1377cb43b618f4ae3b4fc4bab9a5a971b217d9814478bb80a17de2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02e75bbf2e1377cb43b618f4ae3b4fc4bab9a5a971b217d9814478bb80a17de2, en de alinea staat in dat document op bytes 9551 tot 10342.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02e75bbf2e1377cb43b618f4ae3b4fc4bab9a5a971b217d9814478bb80a17de2 | shasum -a 256