Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4690.

2.2.4 Art. 810a Rv. regelt het recht op contra-expertise. Het tweede lid geeft in zaken betreffende ondertoezichtstelling, ontheffing en ontzetting van het ouderlijk gezag of van de voogdij (kortweg: kinderbeschermingszaken) de ouders het recht de rechter te verzoeken een deskundige te benoemen. Het eerste lid ziet op andere zaken betreffende minderjarigen, uitgezonderd alimentatiezaken en is derhalve in het onderhavige geval van toepassing. Verschil tussen beide leden is dat in de kinderbeschermingszaken de rechter de deskundige benoemt en dat de kosten derhalve voor rekening van de overheid zijn. In de door het eerste lid bestreken gevallen draagt de partij die een contra-expertise wil overleggen zelf de kosten daarvan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fc68dbe3b750467dbff351ef33fe06330c84c03732f9ff7fd33507eb3ee507d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fc68dbe3b750467dbff351ef33fe06330c84c03732f9ff7fd33507eb3ee507d, en de alinea staat in dat document op bytes 12723 tot 13468.