Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2001
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4727.
20. Ik stel voorop dat het Hof mijns inziens terecht heeft overwogen dat de rechter terughoudendheid past bij de toetsing van de in artikel 279 Sv neergelegde regeling aan art. 6 EVRM. De tekst van art. 279 zoals die thans luidt, is immers vastgesteld naar aanleiding van de arresten van het EHRM in de zaken Lala en Pelladoah (NJ 1997, 733). Weliswaar ontslaat de omstandigheid dat de wetswijziging het antwoord van de wetgever is op Straatsburgse rechtspraak de rechter niet van de verplichting het betreffende artikel buiten beschouwing te laten voor zover toepassing ervan onverenigbaar zou zijn met het in art. 6 EVRM neergelegde recht op verdediging, maar dat neemt niet weg dat de rechter hier terughoudender zal dienen te zijn dan bij de toetsing van wettelijke bepalingen die tot stand zijn gekomen zonder dat daarbij uitdrukkelijk rekening is gehouden met het bepaalde in (bijv) art. 6 van het EVRM en de aan het betreffende voorschrift door het EHRM gegeven uitleg. In het laatste geval is er immers de mogelijkheid dat de wetgever een andere regeling zou hebben getroffen indien hij van de betreffende rechtspraak op de hoogte was geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d298033c4aa61851e74204d0ed9091566194e2d3a61a3ab28618f12b2d7870fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d298033c4aa61851e74204d0ed9091566194e2d3a61a3ab28618f12b2d7870fd, en de alinea staat in dat document op bytes 41924 tot 43090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d298033c4aa61851e74204d0ed9091566194e2d3a61a3ab28618f12b2d7870fd | shasum -a 256