Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2001

Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4727.

22. Ik meen dat die conclusie niet uit de beslissing in de zaak Lala kan worden getrokken. Het EHRM heeft in de zaak Lala eerst overwogen dat het enkele feit dat de verdachte, hoewel op de juiste wijze opgeroepen, niet ter terechtzitting is verschenen, hem niet van zijn recht om door een raadsman te worden verdedigd kan beroven. Vervolgens gaat het Hof in op het tweede van Nederlandse zijde aangevoerde argument dat de klager niet kan klagen over het hem onthouden van zijn recht op verdediging, omdat zijn raadsman heeft verzuimd het gerechtshof toestemming te vragen om zijn cliënt te verdedigen. Daarop reageert het Hof met de overweging dat de uitoefening van het recht tot verdediging niet afhankelijk mag worden gemaakt van "the fulfilment of unduly formalistic conditions". Die situatie is echter niet vergelijkbaar met het vereiste van een machtiging zoals de wet nu stelt. Het EHRM zegt hier slechts dat in een situatie waarin de raadsman het recht heeft de verdediging te voeren - in casu de versteksituatie - en kennelijk met dat doel is verschenen, de uitoefening van dat recht niet afhankelijk mag worden gesteld van het vragen van toestemming aan de rechter. Dat laatste is "unduly formalistic". Hier gaat het om iets anders. De wetgever heeft als vereiste voor het recht de verdediging bij verstek te voeren de eis gesteld dat de verdachte de raadsman daartoe uitdrukkelijk heeft gemachtigd. Dat is een materiële voorwaarde om in de versteksituatie het recht op verdediging te kunnen uitoefenen. De vraag is dan ook of deze voorwaarde een onaanvaardbare beperking oplevert van het recht op verdediging, zoals dat in art. 6 EVRM is toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d298033c4aa61851e74204d0ed9091566194e2d3a61a3ab28618f12b2d7870fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d298033c4aa61851e74204d0ed9091566194e2d3a61a3ab28618f12b2d7870fd, en de alinea staat in dat document op bytes 43760 tot 45435.