Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2001
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4727.
'Uit de eerder vermelde uitspraken van het EHRM inzake Lala en Pelladoah kan voornamelijk worden afgeleid dat volgens het EVRM ook de afwezige verdachte in de gelegenheid moet worden gesteld zijn verdediging te voeren, vooropgesteld dat het nationale recht zoals in Nederland ten minste behandeling van de zaak buiten aanwezigheid van de verdachte mogelijk maakt. Dit betekent in ieder geval dat de bestaande regeling die alleen in een beperkt aantal zaken mogelijk maakt dat de verdachte die niet op de terechtzitting aanwezig is toch zijn verdediging door een vertegenwoordiger laat voeren, in het licht van het EHRM tekort schiet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d298033c4aa61851e74204d0ed9091566194e2d3a61a3ab28618f12b2d7870fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d298033c4aa61851e74204d0ed9091566194e2d3a61a3ab28618f12b2d7870fd, en de alinea staat in dat document op bytes 45619 tot 46267.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d298033c4aa61851e74204d0ed9091566194e2d3a61a3ab28618f12b2d7870fd | shasum -a 256