Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4898.

Voorts komt het mij voor dat het aan de wetgever behoort te worden overgelaten de verhouding in de strafvordering van een nieuw in te voeren correctiemogelijkheid tot het bestaande buitengewone rechtsmiddel van herziening nader te bepalen. Omdat de wetgever voor het bestuursrecht, het burgerlijk procesrecht en het strafprocesrecht aparte regelingen heeft getroffen, die onderling toch aanmerkelijke verschillen vertonen, ligt het eens te meer voor de hand het aan de wetgever over te laten de voorzieningen op de verschillende rechtsgebieden, waar dat gewenst wordt geoordeeld, op elkaar af te stemmen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a45ebe61f3f17c4d60cba1a08767cfd6230cd6f1b4b4466fe7878f87174b03d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a45ebe61f3f17c4d60cba1a08767cfd6230cd6f1b4b4466fe7878f87174b03d6, en de alinea staat in dat document op bytes 11215 tot 11832.