Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4898.
In de tweede plaats heeft de advocaat van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep (natuurlijk) geen beroep gedaan op deze Aanwijzing of op een daaraan voorafgegane modelbrief. De advocaat heeft aangevoerd dat tbs niet kon worden opgelegd omdat verdachte na zijn veroordeling zou worden uitgezet. Tbs dient, aldus de advocaat, het pad te effenen voor terugkeer in de samenleving en verdachte zál niet terugkeren in de Nederlandse samenleving. Het Gerechtshof heeft in het midden gelaten of verdachte inderdaad na veroordeling zal worden uitgezet, maar heeft gewezen op de gevaarlijkheid van verdachte en op de noodzaak de (Nederlandse) samenleving tegen dat gevaar te beschermen. Het Gerechtshof heeft aldus er acht op geslagen dat de tbs - en zeker die met verpleging - een sterk beveiligings- en rechtsorde-handhavend aspect heeft.(12) Het standpunt van de advocaat zou overigens tot eigenaardige situaties kunnen leiden. Als een vreemdeling een gevaar voor de samenleving is zal hij volgens de verdediging niet ter beschikking kunnen worden gesteld. Hij zal immers ongewenst worden verklaard of minstens worden uitgezet. Maar het kan gebeuren dat ten tijde van het wijzen van het vonnis nog onzeker is of een vreemde staat de vreemdeling wel wil ontvangen. Als de rechter er dan van uit zou gaan dat de vreemdeling wel zal worden uitgezet bestaat dus het risico dat de vreemdeling tussen wal en schip valt; hij kan (nog) niet worden uitgezet, maar anderzijds is er geen tbs opgelegd omdat de rechter ervan uit is gegaan dat de vreemdeling wél zou worden verwijderd.(13) Dat de strafrechter dan liever een maatregel neemt die de samenleving beschermt dan de kans aanvaardt dat de gevaarlijke vreemdeling na enige tijd weer wordt vrijgelaten is een beslissing die ik zeer goed kan begrijpen. Voorts heeft het Gerechtshof terecht naar mijn mening rekening gehouden met de mogelijkheid dat verdachte weer zou terugkeren in Nederland. Tenslotte moge ik opmerken dat tussen Nederland en Marokko een verdrag betreffende de overbrenging van gevonniste personen is gesloten, dat weliswaar nog niet officieel in werking is getreden maar al wel wordt toegepast (Trb.1999, 198). Verdachte zou dus eventueel de vrijheidsbenemende sancties in Marokko kunnen ondergaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a45ebe61f3f17c4d60cba1a08767cfd6230cd6f1b4b4466fe7878f87174b03d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a45ebe61f3f17c4d60cba1a08767cfd6230cd6f1b4b4466fe7878f87174b03d6, en de alinea staat in dat document op bytes 22280 tot 24556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a45ebe61f3f17c4d60cba1a08767cfd6230cd6f1b4b4466fe7878f87174b03d6 | shasum -a 256