Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4898.

Poel voelde zich in de wiek geschoten toen hij vernam dat er door ons op verzoek van het hof onderzoek werd gedaan naar de afstandsverklaring van verdachte. Volgens Poel gaat men zeer zorgvuldig om met dergelijke zaken. Men probeert verdachten in het algemeen ervan te doordringen wat de consequenties zijn van het afstand doen van het aanwezigheidsrecht. Zo ook in het geval van verdachte. Deze begon zich echter uit te kleden op het moment dat hij hierover door de forensisch begeleiders werd benaderd. Zowel Jans als Poel zegt dat het onzeker is of verdachte alles begrijpt. Mijn conclusie is dan ook dat het ongewis is of verdachte begrijpt waar het om gaat. Ik denk overigens niet dat het in het belang van verdachte is om hem met een bevel medebrenging alsnog ter terechtzitting te laten verschijnen. Dat wordt waarschijnlijk vechten, ben ik bang. Toch verzoek ik primair om aanhouding van de zaak. Subsidiair denk ik dat de zaak vandaag moet worden afgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a45ebe61f3f17c4d60cba1a08767cfd6230cd6f1b4b4466fe7878f87174b03d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a45ebe61f3f17c4d60cba1a08767cfd6230cd6f1b4b4466fe7878f87174b03d6, en de alinea staat in dat document op bytes 28401 tot 29379.