Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4898.

5.2. In die beslissing ligt besloten dat het hof een nader rapport nodig oordeelde, maar niet over de punten die de advocaat heeft aangesneden. Gelet op de in het dossier aanwezige rapportage over verdachte is dat oordeel geenszins onbegrijpelijk. Aldus gelezen heeft het hof wel degelijk het verzoek beantwoord. Op de zitting van 6 maart 2000 is met instemming van alle betrokkenen hetgeen op de eerder terechtzitting als herhaald en ingelast beschouwd. Aldus bezien is het verzoek herhaald en weer verworpen. Voorts houdt het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 6 maart 2000 in dat de voorzitter constateert dat niemand nog een nader verhoor van enige getuige en/of deskundige verlangt. Hieruit, en uit het feit dat de advocaat zijn verzoek nadien niet nog eens heeft herhaald, is af te leiden dat het gerechtshof heeft aangenomen dat de advocaat niet meer persisteerde bij zijn eerder gedaan verzoek. Die uitleg van het gerechtshof is weer niet onbegrijpelijk. Dat het verzoek zou zijn gehandhaafd is dus een stelling die feitelijke grondslag mist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a45ebe61f3f17c4d60cba1a08767cfd6230cd6f1b4b4466fe7878f87174b03d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a45ebe61f3f17c4d60cba1a08767cfd6230cd6f1b4b4466fe7878f87174b03d6, en de alinea staat in dat document op bytes 33174 tot 34258.