Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.

Voorts is mijn stelling dat een analogische toepassing van art. 8:88 Awb niet in aanmerking komt, omdat het tijdig ingediend blijken te zijn van een schriftuur in dit geval naar mijn mening niet leidt tot de slotsom dat zich feiten en omstandigheden voordoen die tot een andere uitspraak van de Hoge Raad hadden kunnen leiden. Analogische toepassing zou met andere woorden niet kunnen leiden tot een herziening of herroeping van het arrest. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid de werking van de strafrechtelijke herziening uit te breiden tot het onderhavige geval. Ik wil deze stelling als volgt toelichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 12684 tot 13305.