Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.

De Hoge Raad heeft ambtshalve de zaak onderzocht en daarbij ter zake van geen der punten waarover nu wordt geklaagd zulke feilen ontdekt dat het bestreden arrest vernietigd behoorde te worden. Uit de stukken waarvan de Hoge Raad kennis neemt blijkt zonneklaar op welke punten de verdediging bezwaar maakte tegen de vervolging en de veroordeling. Klaarblijkelijk heeft de Hoge Raad gemeend dat de motivering van de verwerping van het beroep op noodweer(exces) die verwerping kan dragen, dat het Gerechtshof uit de door het hof vastgestelde omstandigheden heeft kunnen afleiden dat de beledigde wel degelijk ervan blijk heeft gegeven dat hij vervolging van verdachte wenste en dat de beslissing van het hof, dat de omstandigheden waaronder de verklaringen van de getuigen zijn opgenomen niet zodanig zijn dat zij voor het bewijs zouden zijn gediskwalificeerd, evenmin blijk geeft van een verkeerde rechtsopvatting of onbegrijpelijk is. In ieder geval roert de schriftuur naar mijn oordeel geen oneffenheid in het arrest van het hof aan die enkel tot vernietiging in cassatie leidt als erover wordt geklaagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 16547 tot 17666.