Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.
Ik kan mij evenwel voorstellen dat de steller van het middel toch graag de klachten besproken ziet, zoals dat - in ieder geval in de conclusie - ook gebeurd zou zijn als de schriftuur wél tijdig zou zijn opgemerkt. Daarom heb ik besloten de middelen alsnog te bespreken, maar niet in de vorm van een echte conclusie maar in de vorm van een daarop gelijkende opvatting of mening. Een echte conclusie dient immers ter voorbereiding van de besluitvorming door de Hoge Raad waarvan het resultaat in de vorm van een arrest of beschikking verschijnt, terwijl in deze zaak die beslissing al genomen is. Wellicht kan de steller van de schriftuur dan op deze opvatting reageren en aangeven waarom de Hoge Raad zou moeten terugkeren op zijn eerdere standpunt dat er geen gronden voor cassatie aanwezig zijn. Indien uw Raad dan na kennisneming van de opvattingen tot het oordeel zou komen dat zulks niet leidt tot een ander resultaat dan waartoe de Raad al bij zijn ambtshalve toetsing was gekomen, is er geen grond om iets aan de eerdere peek af te doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 17917 tot 18975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445 | shasum -a 256