Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.
Ter terechtzitting van dit hof van 4 augustus 1999 heeft aangever uitdrukkelijk verklaard dat hij ten tijde van het doen van die aangifte bij de politie de bedoeling had dat een vervolging tegen verdachte zou worden ingesteld. Op grond daarvan en in verband met de inhoud van voornoemde processen-verbaal dient naar het oordeel van het hof te worden aangenomen dat er sprake is van een klacht zoals bedoeld in artikel 164 van het Wetboek van Strafvordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 24076 tot 24546.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445 | shasum -a 256