Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.
4.3. In de eerste plaats wil ik opmerken dat het Gerechtshof heeft kunnen aannemen dat [beledigde] aangifte tegen verdachte heeft willen doen. Uit de verklaringen van [beledigde] die onder nr. 2.3.1 en nummer 2.5.2 van het politieproces-verbaal zijn opgenomen blijkt dat. In het eerste proces-verbaal is vermeld dat [beledigde] aangifte deed, in het tweede proces-verbaal, door [beledigde] ondertekend, staat hij aangeduid als "aangever/benadeelde".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 24662 tot 25125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445 | shasum -a 256