Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.

In de tweede plaats heeft het hof uit de verklaring van [beledigde] in hoger beroep afgelegd afgeleid en zeker ook kunnen afleiden dat deze getuige ten tijde van het afleggen van de verklaringen bij de politie wenste dat verdachte zou worden vervolgd. Er is dus voldaan aan de eisen die de Hoge Raad heeft geformuleerd.(13) [beledigde] heeft enige dagen na de hem aangedane belediging aangifte gedaan (met de wens dat tot vervolging zou worden overgegaan), dus ook het onderdeel van het middel dat daarover klaagt faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 25133 tot 25666.