Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.
4.2. Het hof heeft onder 1 overwogen wat eerder is aangehaald. Het hof heeft vastgesteld dat [beledigde] op het moment dat hij de verklaring aflegde wilde dat verdachte zou worden vervolgd. Gelet daarop heeft het hof kunnen menen dat de gebreken bij het doen van aangifte niet zodanig waren dat daarom het OM niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. Een toevoeging door verbalisant dat [beledigde] aangifte wilde doen voegde immers niets toe aan het gegeven dat [beledigde] de verklaring aflegde als "aangever/benadeelde". Dat [beledigde] zich door de toevoegingen "alkoholist" en "Hitler" in zijn eer en goede naam aangetast voelde is een omstandigheid die in ieder geval door [beledigde] ter terechtzitting in hoger beroep is bevestigd. Als er al door verbalisant toevoegingen zijn aangebracht aan de verklaring van [beledigde] dan zijn dat toevoegingen geweest die verbalisant misschien niet letterlijk zo uit de mond van [beledigde] heeft opgetekend maar die toch in het optreden van [beledigde] en in het bredere verband van zijn verklaring besloten liggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 27084 tot 28165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445 | shasum -a 256