Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.

Het hof overweegt in de eerste plaats dat de strekking van de regeling van alleen op klacht vervolgbare misdrijven is dat - ter bescherming van het belang van de benadeelde - alleen dan vervolging wordt ingesteld als de tot klacht gerechtigde zulks te kennen heeft gegeven, dit om te voorkomen dat ongewenste ruchtbaarheid aan de zaak wordt gegeven. Uit geen wetsbepaling blijkt dat een klacht, die een voorwaarde voor vervolging is, moet worden afgewacht voordat een opsporingsonderzoek kan worden ingesteld. Wel kan het belang van de beledigde zich er ertegen verzetten dat opsporingshandelingen worden verricht voor een klacht is ingediend, omdat daardoor evenals bij een vervolging ongewenst ruchtbaarheid aan de zaak kan worden gegeven. Gelet op hetgeen door het hof onder 1 is overwogen doet een dergelijke geval zich hier niet voor en levert hetgeen door de raadsman is aangevoerd geen grond op die tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar-ministerie dient te leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 29447 tot 30436.