Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant R.J. Egbertsen houdt in dat de getuigen [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 1] en [betrokkene 4] op 26 februari 1999 om ongeveer 11.00 uur uit eigen beweging aan het bureau van politie zijn verschenen. Zij verklaarden gedurende een periode overlast te ondervinden van verdachte. De overlast zou onder meer bestaan uit het plegen van hinderlijke telefoontjes door verdachte naar de woningen van de voornoemde getuigen en het gebruik van voor hen belastende foto's. Ook hebben zij verklaard dat verdachte [beledigde] op 21 februari 1998 zou hebben uitgescholden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 30539 tot 31171.