Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.
Die getuigenverhoren zijn naar het oordeel van het hof te beschouwen als een registratie van hetgeen door de getuigen is verklaard met betrekking tot de overlast die zij gedurende een periode zouden hebben ondervonden. Onder genoemde omstandigheden is het vastleggen van die getuigenverklaringen niet het gevolg geweest van een actief gebruik van opsporingsbevoegdheden door de betreffende verbalisanten, althans niet in die zin dat zij zijn verricht ten gevolge van een vermoedelijke overtreding door verdachte van artikel 266 Sr. Op grond van de totstandkoming van de getuigenverklaringen en het feit dat zeer kort daarna de klacht is ingediend, ziet het hof dan ook geen aanleiding voor uitsluiting van bewijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 31322 tot 32048.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445 | shasum -a 256