Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4903.
5.3. Als hier al opsporingshandelingen zijn verricht voordat de beledigde de wens tot vervolging of opsporing had geuit, dan zou het gebrek hersteld zijn omdat korte tijd na het opnemen van de verklaringen van de getuigen [beledigde] alsnog aangifte heeft gedaan met de wens dat tot vervolging zou worden overgegaan.(15) Reeds daarom gaat het middel niet op. Het gaat voorts bij een klachtdelict in de eerste plaats om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde. Het belang van de klachtgerechtigde bestaat erin dat hij ongewenste ruchtbaarheid - die door de door het delict getroffene als pijnlijk wordt ervaren - kan tegengaan. Indien de politie enkel verklaringen van anderen, die zich bij de politie melden, opneemt, maar nog geen verder onderzoek instelt, en de beledigde doet vervolgens aangifte dan is de beledigde zeker niet in zijn belang geschaad door die eerdere registraties. In ieder geval is het niet verdachtes belang dat door het klachtvereiste wordt beschermd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445, en de alinea staat in dat document op bytes 32087 tot 33099.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cccd8a6856c2e06dc17ea88c6752e9ae070cee06be35b7eabdc059f16b82e445 | shasum -a 256