Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4911.
2.6 In de tweede plaats heeft [eiseres] betwist dat sprake was van slecht werkgeverschap. Zij verkeerde in een situatie van dreigend faillissement. Uiteindelijk heeft zij [verweerster] toch haar oorspronkelijke werk weer aangeboden. De daarbij gestelde voorwaarden zouden bij "nadere beschouwing" "als zodanig stellig niet in rechte gehonoreerd (...) kunnen worden", aldus [eiseres]. [Verweerster] zou zulks, volgens [eiseres], geheel uit het oog hebben verloren. Zij had, aldus nog steeds [eiseres], "geen enkele reden er ook maar aan te twijfelen dat de rechter de conditie desnodig op haar juiste juridische merites zou beoordelen" (laatste citaat dupliek onder 13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a984e4b77edfe3722ddc229e0245f163cae144e92d0cb0e0eace8666b87a0a88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a984e4b77edfe3722ddc229e0245f163cae144e92d0cb0e0eace8666b87a0a88, en de alinea staat in dat document op bytes 8632 tot 9314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a984e4b77edfe3722ddc229e0245f163cae144e92d0cb0e0eace8666b87a0a88 | shasum -a 256