Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4911.

2.22 De Rechtbank acht vervolgens de vordering tot vergoeding van zowel materiële als immateriële schade toewijsbaar, met name omdat de handelwijze van [eiseres] "vanaf het begin af aan enkel op beëindiging van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] gericht [lijkt] te zijn geweest." De Rechtbank werkt dit nader uit, onder meer door te overwegen dat de wijze waarop [eiseres] zich jegens [verweerster] heeft opgesteld en uitgelaten "verre van zorgvuldig (is) geweest"; deze was daarom strijdig met hetgeen van een goed werkgever mocht worden verwacht. Van de voorwaarde, die werd verbonden aan terugkeer in haar oude functie, zegt de Rechtbank dat deze volstrekt niet door de beugel kon (rov. 8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a984e4b77edfe3722ddc229e0245f163cae144e92d0cb0e0eace8666b87a0a88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a984e4b77edfe3722ddc229e0245f163cae144e92d0cb0e0eace8666b87a0a88, en de alinea staat in dat document op bytes 17695 tot 18410.