Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4911.

3.9.2 Hieruit kan geen andere conclusie worden getrokken dan deze: de Kantonrechter (die ook de ontbindingsbeschikking had gewezen en die dus wist wat daarmee was bedoeld) was van oordeel dat de ontbindingsbeslissing niet in de weg stond aan het instellen van de vordering die voorwerp is van de onderhavige procedure. Zulks - naar in de desbetreffende beschikking ook expliciet wordt vermeld - omdat in het kader van de ontbinding geen ruimte bestond voor een vordering gestoeld op het verzaken van de verplichtingen op grond van goed werkgeverschap (zie hierboven onder 2.18). Een redelijke uitleg brengt dan mee dat de Kantonrechter in de ontbindingsbeschikking heeft geoordeeld dat een vordering op grond van (thans) artikel 7:611 BW in een afzonderlijke procedure aan de orde moet (en dus ook kan) worden gesteld.(4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a984e4b77edfe3722ddc229e0245f163cae144e92d0cb0e0eace8666b87a0a88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a984e4b77edfe3722ddc229e0245f163cae144e92d0cb0e0eace8666b87a0a88, en de alinea staat in dat document op bytes 24737 tot 25571.