Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4913.
Ook onder het oude recht(2) werd de contractuele verhouding tussen organisaties die er hun beroep of bedrijf van maken werknemers aan derden ter beschikking te stellen en de ter beschikking gestelde werknemers in de literatuur als een arbeidsovereenkomst gekwalificeerd. Vgl. de conclusie van A-G Koopmans voor HR 27 november 1992, NJ 1993, 273 m.nt. PAS en zijn conclusie van 7 april 1995, nr. 15.702, JAR 1996/168 (met verdere verwijzingen); F.B.J. Grapperhaus/M. Jansen, De uitzendovereenkomst, Deventer 1999, p. 19 e.v. In het onderhavige geval moet er daarom van worden uitgegaan dat de verschillende overeenkomsten tussen [verweerder] en Planpraktijk arbeidsovereenkomsten zijn, hetgeen door partijen overigens ook niet is betwist.(3) De bepalingen die in dit cassatiegeding centraal staan (art. 7:668 (oud) en art. 7:628 BW(4)) zijn daarom in beginsel op verhoudingen als de onderhavige van toepassing. Zie ook: C.J. Smitskam, Flexibele arbeidsrelaties, Deventer 1989, p. 319 - 321 en 339 e.v.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fa87cddba1a8a51456caaedbe1cbf0db0fe998b122b9e5ee6f553257d0fee2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fa87cddba1a8a51456caaedbe1cbf0db0fe998b122b9e5ee6f553257d0fee2d, en de alinea staat in dat document op bytes 9219 tot 10233.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fa87cddba1a8a51456caaedbe1cbf0db0fe998b122b9e5ee6f553257d0fee2d | shasum -a 256