Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4913.

Ook deze klacht faalt naar mijn mening. Planpraktijk heeft in de memorie van grieven gesteld dat telkens sprake was van projectmatige arbeid, terwijl [verweerder] heeft betwist dat de arbeid dit karakter had (memorie van antwoord, onder 13). De rechtbank heeft vervolgens, niet onbegrijpelijk en evenmin onvoldoende gemotiveerd, overwogen dat in het onderhavige geval de reeks van opvolgende projecten als overeengekomen arbeid moet worden aangemerkt. In deze gedachtegang rustte krachtens de (voortgezette) arbeidsovereenkomst op [verweerder] de verplichting om - in het kader van (elkaar opvolgende) projecten - juridische werkzaamheden te verrichten. Aldus kan niet worden gezegd, dat na 1 september geen sprake meer kon zijn van "overeengekomen arbeid" in de zin van art. 7:628 lid 1 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fa87cddba1a8a51456caaedbe1cbf0db0fe998b122b9e5ee6f553257d0fee2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fa87cddba1a8a51456caaedbe1cbf0db0fe998b122b9e5ee6f553257d0fee2d, en de alinea staat in dat document op bytes 13850 tot 14655.