Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4930.
11) Dat is te meer het geval omdat wat de man wel had doen aanvoeren, het accent(7) legt op een heel ander aspect van de behoefte van de vrouw. De hiervoor aangehaalde stellingen strekten er immers vooral toe, dat bij de beoordeling van de behoefte van de vrouw in aanmerking zou moeten worden genomen dat partijen lange tijd op te grote voet zouden hebben geleefd (en dat daarom niet het destijds bestaande uitgavenpatroon, maar een minder royale standaard als maatstaf moet worden genomen). Door het accent zo te leggen, werd de aandacht nog eens afgeleid van het toch al met maximale beperktheid opgevoerde onderwerp van de verdiencapaciteit van de vrouw. Dat het hof blijkbaar heeft geoordeeld dat (ook) dat aspect van de behoefte van de vrouw wèl voldoende duidelijk in het debat betrokken was, vind ik dan ook onverenigbaar met de op dit punt geldende regels van hoor en wederhoor in het procesrecht, en daarom niet goed te begrijpen(8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16, en de alinea staat in dat document op bytes 15870 tot 16827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16 | shasum -a 256