Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4930.
Bij het eerste van die twee aspecten ligt het echter nog wat geprononceerder dan bij het tweede. Ik meen namelijk, zoals hiervoor al bleek, dat de vrouw wat dat betreft - dus: wat betreft haar verdiencapaciteit - nog minder aanleiding had om er rekening mee te houden dat zij haar verweer daarop diende te richten. Bovendien meen ik dat de vrouw - voorzover dit al anders zou zijn - met dit gegeven nog later (namelijk op zijn vroegst in de loop van de mondelinge behandeling in appel) - is geconfronteerd, en aan de hand van een nog minder duidelijke en uitgesproken opstelling van de kant van de man.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16, en de alinea staat in dat document op bytes 17775 tot 18390.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16 | shasum -a 256