Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4930.

14) Daarbij komt ook betekenis toe aan het (door het middel ter sprake gebrachte) feit, dat uit de stukken niet blijkt dat het hof partijen al bij de mondelinge behandeling heeft laten weten, dat het ook de behoefte van de vrouw in zijn oordeel zou betrekken (zodat de vrouw erop voorbereid moest zijn om haar verweer op dat punt dadelijk en zo volledig mogelijk naar voren te brengen). Wat het middel hier suggereert, namelijk: dat de rechter verplicht zou zijn om zijn beslissing hierover dadelijk bij de mondelinge behandeling kenbaar te maken, lijkt mij een stap te ver; maar als de rechter partijen hierover in het ongewisse heeft gelaten, is dat wel een factor die hij in aanmerking moet nemen bij de beoordeling of de door een nieuw argument "overvallen" partij voldoende gelegenheid heeft gehad om zich te verweren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16, en de alinea staat in dat document op bytes 20381 tot 21218.