Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4930.

15) Onderdeel A klaagt er ook over dat het hof nader had moeten motiveren waarom het laattijdig aangevoerde gegeven van de behoefte van de vrouw kon worden beoordeeld, zonder dat de vrouw in haar verweer onevenredig werd benadeeld. Dit argument ligt in het verlengde van het zo-even besprokene, en kan op dezelfde wijze worden beoordeeld. Of de vrouw onevenredig in haar verweer is benadeeld hangt immers vooral (zij het misschien niet geheel) af van de mate waarin haar de gelegenheid is geboden om zich tegen het laattijdig te berde gebrachte gegeven teweer te stellen en om haar stellingen daaraan aan te passen. Nu ik meen dat dat laatste inderdaad niet adequaat door het hof is beoordeeld, komt ook het (impliciete) oordeel dat de vrouw niet onevenredig in haar verweer benadeeld is, in de lucht te hangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16, en de alinea staat in dat document op bytes 21238 tot 22062.