Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4930.

18 Ik neem aan dat het hof niet heeft bedoeld dat de vrouw ook nu nog onverkort aanspraak kan maken op het volgens de vennootschapsovereenkomst aan haar toekomende winstaandeel, al was het maar omdat de vrouw sedert het uiteengaan van partijen niet meer aan de firma zal bijdragen zoals zij dat daarvoor deed, en zoals de overeenkomst van partijen ook beoogd zal hebben. Ik denk dat het hof bedoeld heeft dat de hoedanigheid van vennote de vrouw een sterkere aanspraak geeft op wat de man thans aan winst uit "zijn" onderneming realiseert, dan haar aanspraak op levensonderhoud ten laste van de man alleen zou doen; maar dat het hof zich niet heeft willen uitspreken over de omvang van de rechten van de vrouw in haar hoedanigheid van vennote.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10fa512636c76bcfe0de6f6ae26a3f4b9c97ab71ed95dd6314ce35faf119df16, en de alinea staat in dat document op bytes 33892 tot 34649.