Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4933.
12. In de literatuur wordt de floating charge vergelijkbaar geacht met het (Nederlandse stille) pandrecht. Zie bijv. R.J. Botter, Bb 1992, blz. 239/240; A.A. van Velten, NJB 1996, blz. 1041-1046; U. Drobnig, Security Rights in Movables, in: Towards a European Civil Code, 2d ed. (1998), blz. 511-524 (zie met name blz. 517 en 523); T.H.D. Struycken, AA 1998, blz. 417-436. In beide rechtsfiguren wordt aan de crediteur zekerheid verschaft voor het verhaal van zijn vordering zonder dat de debiteur de beschikking over de in zekerheid gegeven goederen verliest. De pandgever kan over de verpande goederen blijven beschikken binnen het kader van de normale bedrijfsvoering. Teneinde een vorm van derdenwerking te bereiken gelden bepaalde publiciteitsvoorschriften en voorts beschikt de crediteur over bepaalde mogelijkheden om zich te verhalen op de goederen waarop het zekerheidsrecht rust. Uit r.o. 4.22 blijkt dat ook het Hof deze algemene kenmerken tot uitgangspunt heeft genomen bij zijn beoordeling van de vraag of een floating charge met het Nederlandse stille pandrecht kan worden geassimileerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87, en de alinea staat in dat document op bytes 18287 tot 19402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87 | shasum -a 256