Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4933.

15. Voor assimilatie van de floating/fixed charge met het stille pandrecht in het kader van de artt. 480/481 Rv is dus van belang of NBC (naar Tanzaniaans recht) recht heeft op een vorm van parate executie. Daarbij komt het er niet op aan of NBC in het onderhavige geval ook daadwerkelijk tot parate executie had kunnen overgaan. Van parate executie is immers bij toepassing van de regeling van art. 480 e.v. Rv geen sprake. Ook de stille pandhouder zou in een geval als het onderhavige niet meer tot parate executie kunnen overgaan. Nadat de verpande vordering is geïnd door een andere crediteur, is die vordering teniet gegaan en daarmee ook het daarop rustende pandrecht. De pandhouder behoudt slechts zijn voorrang op het geïnde (HR 17 februari 1995, NJ 1996, 471 nt. WMK; HR 23 april 1999, NJ 2000, 30 nt. HJS).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65d668d2987e45fda8a605dca31f1d1046300c2e7f2129bdb683cbf75581db87, en de alinea staat in dat document op bytes 21581 tot 22413.